tedvanlieshout.nu archief

Ted van Lieshout: webarchief

'De zuurtjes van Robben en Leroy is satanisch boek' – 2

Praagannavan Anna van Praag heeft de discussie over religieuze bemoeienis met de inhoud van kinderboeken breder proberen te trekken, zegt ze in een reactie op het stuk over De zuurtjes van Robben & Leroy hieronder. Daar kun je over lezen op haar eigen weblog (zie zijkolom van dit weblog) of hier.
In haar reactie op dit weblog heeft ze het over een hoofdredactioneel commentaar van NRC Handelsblad van gisteren. Voor wie de NRC niet heeft volgt hier een samenvatting:

Dat bepaalde protestants-christelijke bibliotheken en boekhandels benauwd zijn voor populaire kinderboeken was bekend. Dat een educatieve uitgeverij die, nog voor hij klachten kreeg, zijn auteurs al houdt aan een lijst taboe-onderwerpen is nieuw. Het bedrijf bedient basisscholen van alle gezindten. Maar voor de zekerheid hanteert het de normen van de strengste afnemers. De lijst, naar buiten gebracht door schrijfster Anna van Praag, verordonneert realisme. Occulte onderwerpen, waartoe Darwins evolutietheorie wordt gerekend, dient de schrijver te vermijden. Zelfs kabouters worden ontraden. Auteurs mogen ook niet te realistisch worden. Aantasting van het ouderlijk gezag is onmogelijk. Een tweede huwelijk na een echtscheiding kan niet bestaan, een homo-echtpaar evenmin. Eeuwenoud vertier als kermisvermaak, circus en carnaval? Beter van niet.
Een educatieve uitgeverij verdient zijn geld met lespakketten. Zoxe2x80x99n uitgeverij werkt uiteraard graag samen met erkende jeugdboekenschrijvers vanwege hun expertise. De uitgever die een schrijver engageert en vervolgens reduceert tot doorgeefluik van een beperkte versie van de protestants-christelijke moraal, speelt een merkwaardig spel.
De scholen zijn gewaarschuwd, en de ouders ook. Vxc3xb3xc3xb3r een school zijn orders plaatst, kan hij bij de uitgeverij informeren naar eventuele taboes voor de auteurs. Beschouwen scholen het als hun taak om hun leerlingen niet af te schermen van de wereld, maar hen ermee bekend te maken, dan kunnen ze hun lespakketten zonodig betrekken van een andere uitgever. Ouders kunnen aandringen op deze aanpak.
Ook een auteur moet op zijn hoede zijn. Merkt hij dat een uitgever hem wil knechten, dan kan hij alleen maar zeggen: aardig dat u me vraagt, maar ik pas. Want zoxe2x80x99n schrijver realiseert zich dat de uitgever die de fantasie afweert, indirect de ontlezing van het jonge publiek in de hand werkt. Het kind aan wie de kracht van literatuur wordt onthouden, associeert een boek de rest van zijn leven met school en plicht. Die zal niet snel meer naar de bibliotheek gaan. Daar wil geen schrijver aan meewerken.

Ik wil eraan toevoegen dat de NRC achter de feiten aanholt. Het is al heel lang bekend dat educatieve uitgeverijen werken met regels ten behoeve van op religieuze leest geschoeide scholen. Dat zal ook alleen maar meer worden naarmate de samenleving in godsdienstig opzicht polariseert.

Advertenties

Written by Ted

22 januari 2011 bij 09:17

Geplaatst in Geen categorie

6 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Het lijkt mij ook dat de NRC en al die andere media die hier gretig over schrijven achter de feiten aanhollen. Ik vind de verontwaardiging over het punt dat een kind op deze manier ‘de kracht van literatuur wordt onthouden’ en dat dit ‘de fantasie afweert’ wel interessant.
    Want waarom hoor je dan niemand over die lijst met verplichte woorden en zinnen die de schrijver er van de educatieve uitgeverij bij krijgt? Is dat niet veel fantasieafwerender? Gedogen we niet al veel te lang dat schrijvers in een zogenaamd literaire tekst van slechts vijftig regels de verplichting krijgen om uitdrukkingen als ‘boter bij de vis doen’, ‘de bloemetjes buiten zetten’ en ‘ten opzichte van’ te gebruiken?
    Ik vind dat een veel interessantere discussie dan niet over evoluerende kabouters mogen schrijven.

    Gideon

    22 januari 2011 at 13:13

  2. Ted en Gideon voor jullie als schrijvers zijn deze beperkingen blijkbaar al langer bekend, maar voor mij als lezer, recensent, pedagoog en (ex)inkoper voor de schoolbibliotheek was dat niet inzichtelijk. Natuurlijk wist ik wel dat auteurs van onderwijsboekjes zich aan regels moeten houden, maar ik ben ervan uitgegaan dat dit vooral aan de moeilijkheidsgraad verbonden was (avi-niveaus). Ook daar is discussie over, ik ben er geen voorstander van dat alles xc2xb4aan de normxc2xb4 moet voldoen, zeker niet als dit ten koste gaat van het leesplezier en er verwrongen constructies ontstaan.
    Na het lezen van het stuk van Anna van Praag was ik verbijsterd, wat een onzin! Geen wonder dat veel van die schoolboekjes zo saai zijn. En nu leer ik van Gideon dat er ook nog op kunstmatige wijze xc2xb4leerzamexc2xb4uitdrukkingen in de geringe tekst verwerkt moeten worden. Iedere schrijver die daar nog wat leuks van weet te maken verdient…iets heel moois, een griffel of zo.

    Susan

    22 januari 2011 at 16:58

  3. Heel veel schrijvers vinden het gepuzzel om een aardig verhaal te schrijven aan de hand van strikte richtlijnen een uitdaging, en dat is het vaak ook. Het betekent niet automatisch dat je in je creativiteit wordt beknot, omdat zulke richtlijnen ook een beroep doen op je creativiteit. Probeer voor de aardigheid maar eens een verhaal te schrijven zonder de woorden JA en ZO erin, of, conform Gideons voorbeeld, een verhaal met voorgeschreven uitdrukkingen erin. Overigens, dat laatste is volgens mij wel betrekkelijk nieuw. Ik heb zelf pas vrij recent te maken gehad met een verhaal dat ik moest schrijven waarin bepaalde woorden voorgeschreven waren. Dat vond ik wel heel raar, ja. Als daar een prima honorarium tegenover staat heb ik er niet per se iets op tegen. Het wordt een andere kwestie wanneer de richtlijnen tot doel hebben om kinderen te indoctrineren.

    Ted

    22 januari 2011 at 18:03

  4. Uit de NRC-samenvatting:

    Want zoxe2x80x99n schrijver realiseert zich dat de uitgever die de fantasie afweert, indirect de ontlezing van het jonge publiek in de hand werkt.

    Daar wil ik best aan twijfelen. Het kan ook zo zijn dat een jong kind (van vier tot acht) gebaat is bij nuchterheid, wanneer het in zichzelf een overmaat aan fantasie ervaart – iets, wat het zelf niet onder woorden zal kunnen brengen, maar waarbij het waarneming van opvoeders nodig heeft, en toepasselijke ondersteuning. Tegelijkertijd kan een al te nuchter kind gebaat zijn bij het aanbieden van wat meer fantasie.

    En dan: oudere kinderen (van tien tot twaalf) zijn niet alleen gexc3xafnteresseerd in fantasie. Ook lezen zij graag over feiten, zoals ontdekkingsreizen of informatieve verhalen over bijvoorbeeld volkeren, machineriexc3xabn, of zelfs biografiexc3xabn.

    En ook: kinderen van alle leeftijden lezen graag over gebeurtenissen die zij zelf meemaken, of waarvan zij dromen, ze te zullen meemaken.

    Tot slot zijn er diverse boeken die kinderen graag lezen omdat ze gewoon leuk zijn, of spannend, of zielig.

    Daarom hoeft het afweren van fantasie niet per definitie tot ontlezing te leiden. Als er maar een gevarieerd aanbod is, inclusief het christelijke kinderboek <- omdat het er gewoon bij hoort.

    Het kind aan wie de kracht van literatuur wordt onthouden, associeert een boek de rest van zijn leven met school en plicht. Die zal niet snel meer naar de bibliotheek gaan.

    Vlot gezegd. Maar is deze stelling te onderbouwen met feiten? Of is het een ervaring / invulling van de schrijver die dit schreef, zelf?

    Thxc3xa9rxc3xa8se

    22 januari 2011 at 21:16

  5. Thxc3xa9rxc3xa8se, je gaat toch niet vertellen dat er ook maar xc3xa9xc3xa9n achtjarig kind op deze wereld leeft dat van zichzelf vindt dat het te veel fanatasie heeft. Zoiets vindt een kind nooit van zichzelf. Het zijn sommige opvoeders die dat vinden.

    En dat het onthouden van ‘de kracht van lietratuur’ leidt tot een associatie met school en plicht, lijkt me moeilijk concreet te bewijzen, maar lijkt me toch zo evident dat ik er niet eens aan hoef te twijfelen.

    Stefan

    23 januari 2011 at 00:40

  6. Stefan, ik bedoel het zo: een kind tot een jaar of acht redeneert niet in termen van realiteit of fantasie. Het onderscheid ziet hij niet. Voor hem kan het stofpluisje dat onder zijn bed vandaan waait, de vooruitgeblazen adem van een verschrikkelijk monster zijn. Over het algemeen vinden kinderen dergelijke gewaarwordingen niet prettig. Ze categoriseren dit niet zelf onder fantasie, dat klopt. Daar zijn ze niet toe in staat. Dat doen inderdaad de opvoeders (*). Op het moment dat een kind echter zo’n moment beleeft, moet je naar mijn idee de ervaring / het gevoel van het kind niet voeden met een fantasieverhaal, maar met iets nuchters.

    En dat het onthouden van ‘de kracht van lietratuur’ leidt tot een associatie met school en plicht, lijkt me moeilijk concreet te bewijzen, maar lijkt me toch zo evident dat ik er niet eens aan hoef te twijfelen.

    Dan kun je jou met gemak nog meer wijsmaken :-).

    (*) Waar ik aan toe wil voegen dat natuurlijk deze hele discussie over fantasie door volwassenen wordt gevoerd; dat zal iedereen wel opgevallen zijn.

    Thxc3xa9rxc3xa8se

    23 januari 2011 at 12:27


Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: